Recept: pompoenravioli met truffelpecorino

Omdat ik de laatste tijd weer vaker uit mijn kookboeken kookte, is het recepten schrijven er een beetje bij ingeschoten. Toch kookte ik ook wel wat eigen verzinsels. Eén daarvan is deze pompoenravioli met truffelpecorino. Ik was van tevoren niet van plan om erover te schrijven (vandaar ook het gebrek aan mooie foto’s), maar hij viel zo in de smaak dat ik het recept toch met je wil delen.

Truffelpecorino is mijn ontdekking van 2020 geweest. Voor een kaasplankje als onderdeel van een uitgebreid menu zocht ik wat bijzondere kazen. Gelukkig had de kaasboer een hele hoop mooie kazen in het assortiment. Onder andere een pecorino met truffel erdoorheen geaderd, en man, wat was die lekker! Te lekker om niks leuks mee te verzinnen (want wonder boven wonder hadden we nog wel wat over na het kaasplankje). Decadentie ten top, natuurlijk, maar af en toe mag dat best.

Voor drie personen
Ingrediënten:
– 1 kleine flespompoen (zo’n 800 gram)
– 100 gram ricotta
– 200 gram pecorino met truffel
– 250 gram bloem, plus extra om te bestuiven
– 2 eieren
– 40 gram rucola
– Olijfolie
– Pompoenpitolie, voor erbij
– Eventueel vers geschaafde truffel, voor op het eind
Extra nodig: foodprocessor (optioneel), pastamachine

Bereidingswijze:
Rooster eerst de pompoen. Verwarm de oven voor op 200 °C. Snijd de pompoen over de lengte doormidden en schep de zaadjes en draden eruit (ik gebruik het liefst een meloenboller maar een eetlepel werkt ook). Leg de pompoenhelften met de snijkant naar boven op een bakplaat en rooster ze ongeveer een uur in de oven, tot ze helemaal zacht en gaar zijn.

Maak de vulling. Schep het pompoenvruchtvlees uit de schil in de foodprocessor, voeg de ricotta toe en maal dit tot een glad, smeuïg mengsel. Als je geen foodprocessor hebt, kun je de pompoen en ricotta in een kom doen en met een vork door elkaar prakken. Rasp 125 gram pecorino fijn en meng dit door het pompoenmengsel. Proef of de vulling op smaak is en voeg peper en eventueel zout toe.

Maak nu het pastadeeg. Doe de bloem in een grote mengkom, maak een kuiltje in het midden en voeg de eieren toe (of doe dit op het aanrecht). Meng met een vork of je vingers langzaam de eieren door de bloem. Ga over op kneden zodra dit alles gemengd is. Waarschijnlijk moet je nog een klein beetje water toevoegen (wat ei mag ook) om een samenhangend deeg te krijgen. Kneed het pastadeeg even flink door tot je een mooie elastische deegbal hebt. Laat dit even rusten.

Rol de pasta met de pastamachine uit (niet té dun). Leg een vel op het aanrecht en schep telkens een klein lepeltje vulling op het pastavel, net onder het midden. Houd ongeveer twee centimeter tussenruimte. Maak de randjes tussen de vulling en het randje aan de onderkant een beetje nat met een vinger. Vouw nu de bovenste helft van het pastavel over de onderste, zodat alle hoopjes vulling bedekt zijn (zie ook de afbeelding hieronder). Duw de randjes tussen de hoopjes vulling een beetje aan en snijd de ravioli los; ik gebruik daar graag zo’n wieltje voor. Druk met een vork de randen goed dicht. Snijd als ze erg groot zijn de randjes wat bij.

Breng in een grote pan ruim water aan de kook. Laat de ravioli rustig in het water zakken en kook ze zo’n 6 minuten. Ik snijd altijd een klein stukje van een randje af om te proeven of het deeg goed gaar is. Schaaf ondertussen met een dunschiller nog wat truffelpecorino. Giet de ravioli voorzichtig af en verdeel ze over de borden. Meng met de ravioli met de rucola en een beetje olijfolie en garneer met de pompoenpitolie en geschaafde truffelpecorino (en voeg eventueel nog wat vers geschaafde truffel toe).

Genieten maar!

Zelf wol verven: idee nummer twee

Het is even stil geweest op mijn blog! Ik had mezelf beloofd om er geen verplichting van te maken, dus ik heb even geen nieuwe berichten geschreven. Zelfs in de kerstvakantie niet. Maar geen zorgen, ik heb niet stilgezeten en veel gebreid, geknutseld en dus ook weer wol geverfd. Deze keer heb ik het net iets anders aangepakt dan de eerste keer.

Ik had net als de vorige keer wol besteld bij Atlier Sopra. Ik kreeg weer een ontzettend leuk pakketje, met een zakje thee erin, een chocolaatje en zelfs een steekmarkeerder met daaraan een ieniemini borduurschaartje. Wat een feest om uit te pakken! Toen ik de eerste keer de wol uitpakte, vond ik de kleur van de ongeverfde wol zo mooi dat ik het bijna zonde vond om daaroverheen te kleuren. Ik had daarom al het idee om de volgende keer de wol deels ongekleurd te laten. En omdat ik dol ben op wol met spikkels, moesten die er ook op.

Omdat ik spikkels wilde, moest ik een goeie manier vinden om de wol een beetje plat uit te spreiden, en met zo min mogelijk water te verven. Ik bekeek een filmpje op YouTube waarbij de verfster van die grote bakken gebruikte die ook in de horeca worden gebruikt (ik kende ze nog van mijn bijbaantje bij een pizzatent). Toen bedacht ik me, dat ik hiervoor misschien wel een brownieblik kon gebruiken. Ik testte mijn eigen oude brownieblik en gelukkig kon ik die op inductie gebruiken. Ik kocht gelijk twee nieuwe voor het wol verven. Na het voorweken van de wol (zie de eerste poging voor instructies) spreidde ik hem uit over het bakblik. Ik voegde een klein beetje extra water met azijn toe.

Ik zette het bakblik op heel laag vuur en begon te ‘spikkelen’. Ik gebruikte gebaksvorkjes om de kleurstof heel geconcentreerd aan de brengen. Met mijn vinger bewoog ik de wol een beetje om de kleurstof ook een beetje uit te spreiden en aan de onderkant te laten komen.

Toen de wol héél zachtjes kookte heb ik het bakblik goed afgedekt met aluminiumfolie. Op die manier werd de wol aan de bovenkant, die dus niet helemaal onder water zat zoals de vorige keer, een beetje gestoomd. Ik liet de wol iets langer op het vuur staan dan de vorige keer, want hij had behoorlijk wat tijd nodig om de kleurstof goed op te laten nemen. In totaal stond het geheel zo’n twintig minuten te stomen. Uiteindelijk werd alle kleurstof goed opgenomen! Ik liet de wol in het bakblik afkoelen en gaf hem daarna een kort wasje.
Was ik tevreden met het eindresultaat? Niet helemaal. Ik kwam tot de conclusie dat ik toch teveel water had gebruikt en de wol teveel bewogen had, want van spikkels was geen sprake meer. Wel mooi, daar niet van, maar niet wat ik voor ogen had. Ik besloot daarom om de volgende strengen niet in alleen water, maar al in water met azijn voor te weken, zodat ik geen extra water meer in het bakblik hoefde te doen. Dit werkte heel goed, hoewel het er wel voor zorgde dat ik de wol best lang moest stomen. Steeds moest ik wachten tot de kleurstof een beetje was opgenomen, om de wol een beetje te verplaatsen en op ongekleurde plekken weer nieuwe spikkels te kunnen aanbrengen. Om mijn ‘foutje’ van de eerste keer te verdoezelen, maakte ik een set van strengen met elk een andere mate van gespikkeldheid.

Al met al ben ik erg tevreden met mijn set! Ik ben van plan om hier een trui van te gaan maken (na al die andere dingen die nog op de planning staan…)

En met de wol van de eerste keer ben ik ook al iets aan het maken. Het eindresultaat zie je uiteraard op mijn blog!

Recept: krokante gekruide kikkererwten

Ik was altijd een beetje sceptisch over de krokante kikkererwten waar iedereen zo lyrisch over was. Begrijp me niet verkeerd, ik vind kikkererwten hartstikke lekker, maar om ze nou als ‘heerlijke verantwoorde snack’ neer te zetten…
Misschien hielp het ook niet mee dat ik ze eens heb geprobeerd te maken, gewoon in een koekenpannetje, maar toen verre van krokant werden. Ik besloot mijn geluk nog eens te beproeven en koos deze keer voor de oven. En ik eindigde zowaar met een heel lekker hapje!

Ik gebruikte voor mezelf een klein blikje kikkererwten van 200 gram (uitlekgewicht 130 gram), maar je kunt de hoeveelheden naar hartenlust aanpassen.


Ingrediënten:
– Kikkererwten uit blik
– Plantaardige olie
– Zout
– Knoflookpoeder
– Uienpoeder
– Chilipoeder
– Gerooktepaprikapoeder

Bereidingswijze:
Verwarm de oven voor op 200 °C.
Giet de kikkererwten af en spoel ze af onder de kraan. Laat ze goed uitlekken en droog ze vervolgens goed af in een theedoek.

Verwijder eventueel losgeraakte velletjes en stort de kikkererwten op een bakplaat met bakpapier. Besprenkel ze met een beetje olie, bestrooi ze met wat zout en hussel dit door elkaar. Spreid de kikkererwten nu goed uit over de bakplaat en schuif ze in de oven.

Bak de kikkererwten tien minuten, schud ze even door en bak de nog eens tien minuten. Op dit punt zouden de kikkererwten al behoorlijk krokant moeten zijn (je kunt er voorzichtig eentje proeven). Nu kun je de specerijen toevoegen zodat die nog eventjes kunnen meebakken. Gebruik niet teveel specerijen; omdat je ze specerijen vrij ‘puur’ gebruikt kunnen ze anders een beetje bitter smaken, vooral het paprikapoeder.

Bestrooi de kikkererwten met de specerijen en hussel ze nogmaals goed door. Bak ze nog 5-10 minuten (houd ze goed in de gaten) tot je heerlijk geurende, goudbruine, krokante kikkererwten hebt.

Doe de kikkererwten over in een schaaltje en eet ze gelijk op (ik vind het zelf lekker om er nog een heel klein beetje olijfolie overheen te sprenkelen). Makkelijk en lekker!

Suggesties voor aanpassingen:
Je kunt de kikkererwten natuurlijk helemaal kruiden zoals je zelf wilt. Gebruik bijvoorbeeld ras-el-hanout, kerriepoeder of cajunkruiden.

Naaiboeken op mijn verlanglijst

Hoewel ik sinds de verhuizing nog niet bezig ben geweest met de naaimachine (ik wil graag eerst een cursus doen), sta ik wel op de uitkijk voor leuke patronen. In mijn hoofd stapelen de projecten zich op, en de stoffen liggen ook al klaar. Ook heb ik al enkele boeken op het oog, met patronen en technieken, die ik graag zou willen kopen. Ik laat je zien wat de naaiboeken op mijn verlanglijstje zijn!
Hoewel ik in deze blog link naar Bol.com, staan er geen affiliate links in en word ik ook niet door Bol.com gesponsord. Ik plaats deze links simpelweg omdat op Bol.com artikelen makkelijk te vinden zijn en er meestal een inkijkexemplaar op de site staat, net als reviews. Ik moedig je echter aan om deze boeken vooral bij de lokale boekhandel te bestellen!

Tilly and the Buttons

Het eerste boek op mijn verlanglijstje is Stretch! van Tilly and the Buttons. Ik heb zelf nog niet met stretchstoffen durven werken, maar dit boek is volgens mij ideaal om hier meer over te leren. Het heeft maar liefst 192 pagina’s en de beoordelingen overal zijn positief. In het boek staat uitleg voor zowel de naaimachine als de overlockmachine. En natuurlijk staan er ook leuke patronen in: een zestal, gerangschikt van makkelijk naar steeds iets uitdagender. Hoewel er officieel maar zes patronen in het boek staan geeft Tilly bij elk patroon variaties, bijvoorbeeld om een rok om te bouwen tot een jurk, waardoor je niet alleen meer waar krijgt voor je geld, maar je ook wordt geprikkeld om je creativiteit op bestaande patronen los te laten en je favoriete elementen met elkaar te combineren.

Handboek kleding maken

Een wat technischer boek ik het Handboek Kleding Maken. Dit lijkt me een ideaal naslagwerk; ik heb het ooit in een bibliotheek opengeslagen en het zag er heel compleet uit. Het is echt een knoeperd van een boek, en naast heel veel technieken zaten er ook nog eens patronen in. Of die allemaal even hip waren weet ik niet meer, maar volgens mij stonden er sowieso wel fijne basispatronen in die je eventueel naar eigen smaak een beetje kunt aanpassen.

Tops

Dan twee boeken die echt vooral om de patronen draaien: Tops en Jurken 2 van La Maison Victor. La Maison Victor is een bekend en populair Vlaams naaimagazine. In hun boeken zijn patronen uit verschillende tijdschriften gebundeld. Het fijne aan La Maison Victor is dat hun beschrijvingen ook geschikt zijn voor beginnende naaisters. Naast de patronen met beschrijving staat er ook een en ander in over stofkeuze en aanpassingen voor een grote of kleine boezem. Ik kan weinig meer zeggen over deze twee boeken dan dat ze vol staan met patronen die me echt ontzetten aanspreken. Jurken 2 is wel wat moeilijk te vinden, maar ik weet zeker dat hij een keer ergens opduikt. En dan koop ik hem gelijk!

Op de naald: Van project naar project (#5)

Soms kan ik heel gedisciplineerd aan één project werken, maar op dit moment ben ik aan meerdere nieuwe dingen begonnen om wat afwisseling in het haken en breien te hebben.

Mijn Flax light begint ondanks de wisselende motivatie toch al aardig op te schieten. Op dit moment is het lijfje bijna af, en daarna kan ik aan de mouwen beginnen. Bij het passen merkte ik wel dat hij iets kleiner is uitgevallen dan de bedoeling was; ik heb nu blijkbaar een aansluitend model gemaakt. Ik verwacht wel dat hij nog aardig zal groeien bij het weken en opspannen. Maar hij wordt hoe dan ook mooi!

En ja, dat werken aan het lijf van een trui kan heel fijn op de automatische piloot, maar kan daardoor ook af en toe een beetje saai worden. Daarom besloot ik maar alvast aan een tweede trui te beginnen. Dit is de Autumn League van Two of wands. Ook dit was een gratis patroon (hoewel je ook een PDF kunt kopen via Ravelry). Ik vond het een heel leuke casual trui en ik vond het driehoekje bij de hals een heel leuk detail. Hoewel dit patroon eigenlijk gemaakt is voor DK weight garen, gebruik ik hiervoor een sport weight, namelijk de Lana Grossa Cool Wool Handdyed. De wild verspreide felle kleurtjes leken me goed bij het sportieve karakter van de trui passen. Ik moet zeggen dat dit garen echt heerlijk wegbreit op mijn Symfonie-breinaalden. En met dit dikkere garen gaat het breien natuurlijk ook een stuk sneller dan bij mijn andere trui. Als je voor het eerst een trui breit, zou ik ook zeker aanraden om met dikker garen te beginnen (en eigenlijk wist ik dat ook al, maar ja, ik ben nou eenmaal eigenwijs).

Als laatste ben ik begonnen met wat aanvullingen op mijn Stones on the beach-muts. Ik heb besloten om hier polswarmers en een colletje bij te maken. Voor de polswarmers gebruik ik het patroon Cloudburst (dat op zichzelf ook al erg mooi is, moet ik zeggen) met een aanpassing van het patroontje. Het bedenken van de aanpassing was op zich niet moeilijk, maar het volgen van die aanpassingen ging vervolgens nogal mis… een van de polswarmers moest ik dus weer helemaal uithalen en verbeteren. Mocht je het jezelf makkelijk willen maken, koop dan gewoon de bijbehorende patronen… De col maak ik gewoon zo groot als nog mogelijk is met het garen dat ik uiteindelijk overhoud.

De gehaakte sjaal staat nu even op pauze. Ik ben ongeveer halverwege maar was even de motivatie kwijt. Ik pak die weer op als een van de truien van de naalden komt!

Wol verven met voedingskleurstof

Na mijn ervaring op de Handwerkbeurs in februari wilde ik heel graag een keer beginnen met het verven van wol. Er staan zoveel verschillende soorten instructies op internet dat ik in het begin een beetje overweldigd was. Het duurde dus een tijdje voordat ik de stap durfde te zetten. Voedingskleurstof leek me een goed ‘instapmedium’ om mijn verfavontuur mee te beginnen. Ik zocht wat filmpjes op, bestelde wol en kleurstof en besloot maar gewoon te beginnen.

Ik bestelde ongeverfde wol bij Atelier Sopra, een leuke kleinschalige webwinkel met prachtige handgeverfde wol. Die ga ik vast en zeker ook nog een keer bestellen… ik ging voor een ‘DK weight’, geschikt voor naald 3,5-4,5. Dit is 100 procent merinowol, met een prachtige natuurlijke kleur. Mijn voedingskleurstof bestelde ik bij Taart en Decoratie. Daarnaast kocht ik een pan (hier moet je namelijk niet de pannen voor gebruiken waar je ook eten in klaarmaakt) en latex handschoentjes. Je kunt ook van die dikke huishoudhandschoenen gebruiken. Azijn, spateltjes en een schort had ik al in huis.

Eerst moet je de wol voorweken in koud water. Ik vulde simpelweg de pan die ik had gekocht met water en weekte daar de wol in voor. Omdat wol in eerste instantie water afstoot moet je hem echt een beetje onder water duwen. Zorg ook dat de wol genoeg ruimte heeft om zich goed vol te zuigen. Laat dit minimaal een uur staan (de wol begint de zakken naarmate hij zich meer volzuigt met water).

Dan kan het echte werk beginnen! Vul de pan met water met een goede scheut azijn. Ik gebruikte zo’n drie liter water en ongeveer 150 milliliter azijn (achteraf gezien had dat best ietsje minder mogen zijn). Ik wilde een basiskleur met daaroverheen andere kleuren. Ik heb het verfbad daarom eerst een ‘teal’ kleur gegeven (doe hierbij handschoenen aan). Daarna heb ik de wol in het bad laten zakken. Nu kun je het vuur zachtjes aanzetten. Je moet de wol namelijk opwarmen, maar let op dat je het vuur niet te hard zet, want het mag niet koken en de temperatuur mag niet te snel veranderen. Ik voegde met spateltjes wat kleine stukjes blauw en paars toe aan het geheel; hoe minder je je spateltje beweegt in het water, hoe sterker geconcentreerd de kleur op één plek blijft zitten. Kleine tip: ik had de achterkant van bamboe tapasvorkjes gebruikt, maar die bleef een beetje aan de wol haken. Ik raad je dus aan om plastic spateltjes te gebruiken, of, zoals ik later heb gedaan, de achterkant van een lepeltje.

Na een tijdje kwam er damp van de pan en kwamen er kleine bubbeltjes boven. Ik heb de wol zo nog vier minuten héél zachtjes laten pruttelen en daarna het vuur uitgezet. Naarmate het water opwarmt zie je ook hoe alle kleurstof door de wol wordt opgenomen en het waterbad zelf helder wordt.

Laat de pan helemaal afkoelen (dit is erg belangrijk, anders kan je wol krimpen en vervilten door het temperatuurverschil) en vul een afwasteil, je gootsteen of een grote emmer met lauw water met een beetje wolwasmiddel. Haal de wol uit de pan en geef hem een laatste wasje (ik houd de streng vast met mijn linkerhand en beweeg de wol een beetje door het water met mijn rechterhand). Let wel op dat je hierbij je streng een beetje intact laat en niet alle wol door elkaar haalt; daar zul je jezelf bij het oprollen later dankbaar voor zijn. Leg je wol te drogen op een handdoek.

En dit is het eindresultaat! De foto laat de kleuren niet helemaal goed tot zijn recht komen, maar het is een heel felle turquoiseachtige kleur met een klein stukje spikkelig paars erin.

Toen ik dit eindresultaat zag kreeg ik de smaak te pakken en op dit moment staat er een tweede streng wol af te koelen in de pan:

Ik wilde graag een soort gradiënt maken en heb daarom het basisverfbad in dezelfde kleur gemaakt, maar dan lichter. Ik denk wel dat ik de derde streng een kleur hier tussenin ga geven voor een geleidelijke overgang, want nu is het verschil tussen de twee wel heel erg groot. Ik ben benieuwd of het lukt!

Nieuwe Aqua Markers van de Action

Toen ik laatst een review schreef van de Decotime Aqua Markers, die je voor een zacht prijsje bij de Action kunt vinden, vertelde ik dat ik een paar (aangebroken) setjes zag liggen met nieuwe kleuren. Ik bleef af en toe kijken, maar vond ze helaas niet meer. Wat ik afgelopen weekend echter wel vond, waren de zes grote sets in een nieuw jasje – en met nieuwe kleuren! Lees verder om erachter te komen wat ik ervan vond.

Omdat ik vooral bij de groene kleuren nog wat variatie miste – in de oude set zaten bijna alleen maar blauwgroene tinten – kocht ik deze keer alleen de groene set. Ik vond het toch net iets te ver gaan om weer met alle 72 stiften naar huis te gaan. Bovendien had ik niet het idee dat er in de andere sets erg vernieuwende kleuren zaten. Wel viel het me op dat er, voor zover ik had gezien, geen puur rood in de set zat. Als je de oude stiften niet hebt gekocht zul je die kleur wellicht missen. Daarentegen bevat de groene set wel de kaki- of olijfgroene kleur die ik de vorige keer juist miste.

Goed, terug naar de set die ik wel daadwerkelijk heb gekocht. Wat me gelijk opviel toen ik de stiften uitpakte was dat het tekeningetje voor de zachte kant er anders uit leek te zien. Toen ik de dop eraf haalde, leek het stiftje wel wat kleiner. En inderdaad, toen ik hem vergeleek met een ‘oude’ stift bleek het stiftje kleiner te zijn.

Uiteraard zie je dit verschil ook terug op papier: met de nieuwe markers kun je fijnere lijnen trekken.Op zich is dat een voordeel bij iets kleinere oppervlakken waar je wat preciezer moet werken. Aan de andere kant kan het wel weer voor een wat streperiger resultaat zorgen. Qua zachtheid/soepelheid van de stift merkte ik trouwens geen verschil.

Wat betreft het gebruik ben ik over deze stiften net zo te spreken als de oude versie. De kleuren zijn mooi helder en vloeien goed uit. En er zitten zelfs twee olijfgroene kleuren in en ook nog een lichte natuurlijk groene tint. Ook de geelgroene tinten zijn echt anders dan wat er in de oude sets zat. Die blauwgroene tinten die erg lijken op wat ik al had neem ik dan maar op de koop toe. Wel vind ik het jammer dat hier geen donkergroen in zit; as je de oude set niet hebt zul je die denk ik wel missen.

Al met al vind ik deze groene set echt een aanvulling op de stiften die ik al had, maar vind ik hem als op zichzelf staande set toch wel wat kleuren missen.

Mijn handgeverfde wol

Mijn eerste streng handgeverfde wol was een spannende aankoop. Ik had het gevoel dat ik nog niet goed genoeg was in het haken (toen breide ik nog niet) om met zo’n mooie, dure streng wol aan de slag te gaan. Inmiddels heb ik die angst overwonnen en heb ik zelfs al een voorraadje prachtige wolletjes die liggen te wachten op het perfecte project!

Zoals je wel kunt zien, houd ik erg van blauw. De wol was zelfs zo blauw dat mijn cameraatje er moeite mee had! Toch zijn ze allemaal verschillend, en ben ik met mijn laatste aankoop zelfs buiten het gebaande pad gegaan (drie maal raden welke bol/streng dat is…). Ik ga ze je allemaal laten zien.

Mijn allereerste aankoop was een streng handgeverfde sokkenwol van Sticks & Cups, die ik kocht op Kreadoe. Inmiddels heb ik daar een paar sokken van gehaakt en nog een klein restje over.
Daarna besloot ik eerst om meer sokkenwol te kopen, omdat ik voor sokken maar één streng nodig had en dat daardoor een kleinere investering was. Als tweede streng kocht ik Squirm van Undercover Otter bij Stephen & Penelope in Amsterdam. Ik koos voor de kleur dagon, een mix van verschillende tinten blauw. Later kocht ik een streng Merino Sock van Urth Yarns in de kleur 2020, een mix van felblauw met roze, bij Dol-op-Wol. Van beide strengen heb ik sokken gehaakt.
Mijn laatste sokkenwolaankoop was op de Handwerkbeurs in Zwolle. Ik kocht daar een prachtige streng sokkenwol van Atelier Het Wolbeest. Ik had haar toevallig al online gevonden en zag op haar website geweldige wol. Ik was dus erg blij om Het Wolbeest bij de Handwerkbeurs te zien! Wat ik van deze streng ga maken, weet ik nog niet…

De volgende streng is er eentje van Life in the Long Grass, en wel de Singles Sock (ook gekocht bij Stephen & Penelope). De kleur is mineral, met beeldschone diepe blauw-, groen- en paarstinten. Dit is dus géén sokkenwol met nylon erin, maar een ‘sockweight’ garen, oftewel een dun garen. Dit was een van de eerste garens waar ik genoeg van aanschafte voor een trui, en zoals je misschien al wel gelezen hebt gebruik ik deze wol voor mijn eerste gebreide trui, de Flax Light van Tin Can Knits. Hij heeft een prachtige halo en is heerlijk zacht; hier ga ik echt zuinig op zijn!

Nog een wol waar ik genoeg van heb gekocht voor een trui: de Malabrigo Sock in de kleur 474 caribero, gekocht bij Dol-Op-Wol (je ziet wel wat mijn twee favoriete wolwinkels zijn!). Hij bestaat uit inktblauw, overgaand in lichtturquoise en blauwgroen. Ook dit is geen sokkenwol met nylon erin, maar een ‘sockweight’ garen. Ik heb hier nog geen trui voor in de planning staan; ik ga eerst eens kijken hoe de Flax Light me afgaat.

De laatste wol die ik je wil laten zien is ook de laatste die ik heb aangeschaft. Het is de Lana Grossa Cool Wool Handdyed Limited Edition (dat is een hele mond vol) in de kleur 106 Jaipur, gekocht bij, daar is ‘ie weer, Dol-Op-Wol. Toen ik de aankondiging voor dit garen zag op hun website, ben ik zo snel mogelijk naar Deventer afgereisd om het met eigen ogen te gaan bekijken. Ik viel voor de combinatie van het neutrale donkergrijs, gecombineerd met een kakofonie aan felle (maar écht felle) kleuren. Ik vond dit een mooie stap buiten de voor mij bekende weg. Ik weet ook nog niet zeker wat voor trui ik hiervan ga maken. Omdat hij tussen sokkengewicht en DK in valt (het is een zogenaamd sport weight garen), vind ik het lastig om een geschikt patroon te vinden. Ik denk dat ik hiervoor het patroon van de Material Girl trui van Shaina Bilow ga gebruiken en de juiste maat ga kiezen bij mijn stekenverhouding.

Hopelijk vond je het leuk om een klein kijkje in mijn wolkast te krijgen!

Recept: Gnocchi met pompoen-geitenkaassaus en krokante salie

Het hete zomerweer is nu toch echt voorbij. Tijd voor herfstige pompoen dus! In dit recept wordt hij geroosterd in de oven en vervolgens gepureerd tot een romige, zoete saus met een zoutige kick van geitenkaas. Dit is een herfstig feestje op je bord!

Voor 2 personen
Ingrediënten:
– 1 kleine flespompoen (750 gram)
– olijfolie
– 1 rode ui
– 1/2 theelepel suiker
– Blaadjes van 3 takjes salie
– 2 tenen knoflook
– 1 takje rozemarijn
– 2 el slagroom
– 100 gram zachte geitenkaas
– 400 gram gnocchi
Extra nodig: staafmixer of blender

Bereidingswijze:
Verwarm de oven voor op 200 °C. Snijd de pompoen doormidden, leg hem met de snijkant naar boven op een bakplaat en besprenkel hem met olijfolie. Rooster de pompoen een uur in de oven, tot hij mooi geroosterd is en het vruchtvlees zacht is geworden.

Maak ondertussen de rest klaar. Snijd de rode ui in halve ringen. Verhit een scheutje olijfolie in een braadpan op middelhoog vuur en bak hierin de uienringen met de suiker en een snuf zout ongeveer 15 minuten, tot de uien goudbruin zijn en gaar, maar nog wel een klein beetje bite hebben. Schep de uien uit de pan.

Verhit weer een scheutje olijfolie in dezelfde pan op middelhoog tot hoog vuur en bak hierin de salieblaadjes krokant. Haal ook de salieblaadjes uit de pan.

Verhit wéér een scheutje olijfolie in de pan. Hak de knoflook en de rozemarijnnaaldjes fijn en fruit ze een paar minuten in de olie. Schep het vruchtvlees van de pompoen uit de schil (het is niet erg als er een paar stukjes schil meekomen) en voeg het pompoenvruchtvlees toe aan de knoflook en rozemarijn in de pan. Pureer de pompoen, knoflook en rozemarijn met de staafmixer. Kook ondertussen de gnocchi in ruim water (laat ze nog een halve minuut koken als ze boven komen drijven, dan zijn ze gaar).

Voeg de slagroom toe en verkruimel de geitenkaas boven de pan. Roer dit door tot de geitenkaas gesmolten is (je kunt hem naar smaak helemaal door de saus roeren, of nog een beetje in stukjes door de saus laten). Roer ook de rode ui en de gnocchi door de saus.

Schep de gnocchi op je bord en bestrooi hem met de krokante salieblaadjes.

Suggesties voor aanpassingen:
Het is heel lekker om de gnocchi te bestrooien met geroosterde pijnboompitten of walnoten. Houd je niet van geitenkaas? Je kunt ook Parmezaanse kaas gebruiken. Dit gerecht is ook heel lekker met (volkoren) pasta.

Geniet ervan!

Op de naald: Eindelijk die trui (en nog een muts) (#4)

Het is eindelijk zover: ik ben aan mijn eerste gebreide trui begonnen!

Dit wordt de Flax Light Pullover van Tin Can Knits. Ik heb besloten om dit mijn eerste trui te laten worden omdat het patroon daadwerkelijk bedoeld is om een trui te leren breien. Er staan in de werkbeschrijving linkjes naar pagina’s waar alle technieken uitgelegd staan. Zo weet ik zeker dat ik alle stappen goed doorloop. En het patroon is nog gratis ook!

De boord heb ik gedaan met een 3mm rondbreinaaldje van 25 cm. Het ging net maar was wel een beetje krap voor zo veel steken. Na de boord ben ik overgestapt op een iets langere kabel, van 40 cm, en een grotere naald (3,5mm). Nu moet ik zeggen, dat ik eigenlijk een tussenmaat mis wat betreft kabellengte. De 25 cm is eigenlijk net iets te kort voor halsopeningen en mutsen (hoewel ik dat nog best fijn vind werken hoor), maar aan de andere kant is 40 cm net wat te lang, heb ik gemerkt. Omdat deze trui natuurlijk steeds iets groter wordt, was het probleem in dit geval redelijk snel opgelost en nu breit ‘ie lekker weg.
En die eindjes die je ziet hangen? Tja, dat komt door een blunder van mijn kant. Ik begon aan deze trui, lekker buiten, met een blandaschaal als kom voor mijn bol wol. Die blandaschaal had ik blijkbaar even in de zon laten staan toen ik in huis even iets ging doen, en toen ik even later weer aan de slag ging, zag ik na een tijdje dat de zon een schroeiplek op mijn wol had gemaakt… gelukkig is er niks in de fik gevlogen. En ik ben weer een beetje wijzer geworden.
Die prachtige wol is trouwens een Life in the Long Grass Single (oftewel 100% merinowol) in de kleur Mineral. Lekker dure wol om je eerste trui mee te breien, maar wie niet waagt…

Naast de trui ben ik ook een nieuwe muts begonnen. Ik merk dat ik mutsen heel leuk vind om te breien, omdat ze lekker snel klaar zijn, er veel leuke gratis patronen zijn, en ze voor het grootste gedeelte uit een cilinder bestaan en dus als je het patroontje onder de knie hebt vrij eenvoudig te maken zijn.
Dit is de Mont-Royal van tshep, een gratis patroon op Ravelry. Ik heb hem wel een beetje aangepast; in plaats van drie banen met kabels maak ik maar één baan. Een beetje een uitdaging dus, omdat ik het patroon daarvoor een beetje moet aanpassen. Maar zonder uitdagingen leer je ook niks.
Ik maak deze muts ook met een kabelnaald van 40 cm, althans… dat was de bedoeling. Toen ik hier eenmaal aan ging beginnen besefte ik ineens dat ik dus geen korte naaldjes had die nodig zijn voor de kabel van 40 cm. Dit project heeft dus even stil gelegen totdat ik de korte naalden had gekocht. Nu moet ik zeggen, dat ik nog steeds het idee heb dat een kabel van 40 cm net iets te lang is hiervoor. Het kost me echt veel moeite om de steken over de naalden heen te schuiven, terwijl ik niet strak brei. Maar misschien ligt het ook aan de combinatie van het warme weer (dus zweethandjes), het materiaal van de naalden en het garen. Dat is vast iets wat ik in de toekomst nog ga leren!

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag