De herfst is hét seizoen voor appeltaart. Als je net als ik zelf appels hebt geplukt in de boomgaard is dit een heerlijke manier om ze te verwerken. Ik had zin in een wat zoetere taart en besloot daarom een laagje zelfgemaakte amandelspijs toe te voegen. Omdat ik ook een paar kweepeertjes had geplukt besloot ik die ook toe te voegen. De perfecte kruimels voor op deze taart vond ik op de site van Rutger Bakt; door het amandelmeel zijn ze de perfecte aanvulling op het spijs op de bodem. Je kunt het deeg en spijs een dag van tevoren maken; de smaak van de spijs kan dan ook ontwikkelen. Snel bakken maar!
Voor één taart van ø 24 cm
Ingrediënten:
Voor het deeg
– 100 gram kristalsuiker
– 200 gram koude boter, plus wat zachte boter voor het invetten
– 300 gram bloem
– 1/2 tl bakpoeder
– Snufje zout
– 1 ei
Voor de amandelspijs
– 200 gram kristalsuiker
– 200 gram amandelmeel (of maal zelf amandelen fijn)
– 2 eiwitten
– Oranjebloesemwater (optioneel)
Voor de vulling
– 1 grote kweepeer (ik gebruikte twee kleintjes)
– 1/2 kaneelstokje
– 70 gram kristalsuiker
– Oranjebloesemwater (optioneel)
– 3 appels (ik gebruikte twee goudrenetten en een elstar; kies appels die niet te zoet zijn)
– 1 tl kaneelpoeder
Voor de kruimels
– 50 gram bloem
– 50 gram amandelmeel
– 50 gram suiker
– Snufje zout
– 50 gram koude boter
Extra nodig: foodprocessor, springvorm van 24 cm doorsnede, deegroller
Bereidingswijze:
Begin (als je niet het deeg en de spijs een dag van tevoren maakt) met de kweepeer. Was ze goed schoon (verwijder eventueel het donslaagje als dat er nog op zit), schil ze (het is niet erg als er wat kleine stukjes schil blijven zitten) en snijd ze in kleine stukjes, zoals je ongeveer in een appeltaart zou willen aantreffen. Doe de kweepeer in een klein pannetje met 40 gram suiker, het halve kaneelstokje en een klein scheutje water en stoof de stukjes kweepeer in 30-45 minuten zacht. Voeg eventueel nog een beetje water toe als het mengsel heel droog wordt en begint aan te bakken. De stukjes kweepeer zullen een klein beetje uit elkaar vallen, maar moeten niet helemaal moes worden. Laat de kweepeer afkoelen en voeg eventueel 1/4 theelepel oranjebloesemwater toe (dat maakt de kweepeer extra aromatisch, maar pas hiermee op als je nog nooit oranjebloesemwater hebt gegeten). Verwijder het kaneelstokje.



Maak intussen het deeg. Het makkelijkst gaat dit in de foodprocessor. Doe de koude boter, de bloem, het bakpoeder, de suiker en het zout in de kom van de foodprocessor. Meng dit tot er een soort zand ontstaat. Klop het eitje los in een schaaltje, en voeg dit beetje bij beetje toe aan de inhoud van de draaiende foodprocessor tot er een samenhangend deeg ontstaat. Kneed het deeg nog even kort door met de hand, vorm het tot een platte plak en leg deze plak goed verpakt minstens een half uur (mag ook tot de volgende dag) in de koelkast.
Maak ook de spijs in de foodprocessor: doe het amandelmeel en de suiker in de foodprocessor en meng kort door elkaar. Voeg nu een voor een de eiwitten toe (terwijl de foodprocessor aan staat) tot een soepel en smeuïg spijs ontstaat. Voeg eventueel 1/4 tot 1/2 theelepel oranjebloesemwater toe als je dat lekker vindt. Maak ook van de spijs een platte plak en bewaar deze op een koele plek tot hij nodig is.


Verwarm de oven voor op 170 °C en maak terwijl de oven opwarmt de vulling. Schil de appels en snijd ze in kleine stukjes (zoals je ze gewoonlijk in de appeltaart vindt). Doe ze in een grote kom, samen met de gestoofde kweepeer, de overgebleven 30 gram suiker en het kaneelpoeder, en meng dit goed door elkaar.


Vet de springvorm ruim in met de zachte boter. Rol het deeg uit tot een grote lap die de bodem en wanden van de springvorm kan bedekken. Het is niet erg als het deeg hierbij wat scheurt (dat zal vooral in het begin gebeuren, als het deeg nog stijf en koud is). Gebruik ook genoeg bloem zodat je deeg niet aan het aanrecht blijft plakken. Als je deeg in de vorm gescheurd is of gaten heeft, kun je dit makkelijk opvullen met overhangende stukjes deeg (mijn appeltaartbodem lijkt in het begin wel een legpuzzel, zoveel gaten en stukjes, maar dat is dus helemaal niet erg als je die stukjes goed aan elkaar duwt). Maak de randen mooi vlak en snijd eventueel overhangend deeg weg.
Rol ook de amandelspijs uit tot een plak en leg deze op de deegbodem (en ook dat mag in meerdere stukken,want ook amandelspijs kun je heel makkelijk aan elkaar plakken). Schep vervolgens de vulling in de deegbodem. Bak de taart 55 minuten in het midden van de oven.


Maak terwijl de taart in de oven staat de kruimels. Dat kan ook in de foodprocessor, maar ik doe dat het liefst met de hand, en wel als volgt:
Doe de bloem, het amandelmeel, de suiker en het zout in een grote kom en voeg de koude boter hieraan toe. Snijd met twee messen de boter in kleine stukjes (of gebruik eventueel een botersnijder). Wrijf vervolgens de kleine stukjes boter tussen je vingers net zo lang tot er een homogeen deeg begint te ontstaan. Je zult uiteindelijk merken dat je het deeg bij elkaar kan duwen met je handen, maar dat het vervolgens makkelijk weer in kruimels uiteen valt. Op dat moment is je kruimeldeeg klaar. Belangrijk is dus dat je geen deegbal maakt, maar losse kleine stukjes. Bewaar de ongebakken kruimels op een koele plaats tot de 55 minuten baktijd van de taart om zijn.



Haal de taart na 55 minuten uit de oven, bestrooi hem met het kruimeldeeg, en bak de taart nog 20 minuten tot de kruimels mooi goudgeel zijn (houd ze de laatste paar minuten in de gaten en haal de taart eventueel iets eerder uit de oven). Laat de taart goed afkoelen om te zorgen dat de vulling er niet uitvalt bij het aansnijden. Of eet hem lekker warm als je niet geeft om esthetiek! 😉

Suggesties voor aanpassingen:
Niet zo’n fan van zoet? Maak een halve hoeveelheid amandelspijs. Wil je helemaal geen spijs in je taart? Strooi dan een eetlepel paneermeel over de deegbodem zodat het vocht van de appels kan worden opgenomen. In plaats van kruimels kun je ook een bakje gemengde noten over de taart strooien en die acht tot tien minuten meebakken (houd ze wel goed in de gaten want ze worden snel donker).