Heet van de naald: sokken, sokken en nog eens sokken

Het is alweer een tijdje terug dat ik mijn laatste voltooide breiwerk liet zien, maar ik heb in de tussentijd niet stilgezeten! Ik ben inmiddels enthousiast sokkenbreier en heb al drie paar gemaakt (en daarvan ook veel geleerd).

Het eerste paar sokken dat ik maakte was rechttoe, rechtaan. De weg ernaartoe was toch nog wel even wat werk, want ik gebruikte namelijk de wol van Sticks & Cups die ik eerder voor een paar gehaakte sokken had gebruikt. Die sokken moest ik dus uithalen en vervolgens heb ik de wol in een badje gelegd om de hobbels en bobbels eruit te halen. Toen was het weer zo goed als nieuw en heerlijk volumineus en zacht!

En toen begon dus de echte klus: de sokken. Ik gebruikte minirondbreinaaldjes van 2,5 mm diameter en ik volgde het (gratis) patroon voor de My Favorite Vanilla Socks van Meaghan Schmaltz. En met een prima eindresultaat, al zeg ik het zelf. Het enige wat hier wel op aan te merken was, is dat ze eigenlijk net iets te kort zijn om goed te blijven zitten. Bij de volgende sokken wist ik dus dat ik ze bij de enkels ietsje langer moest maken. Ook de teen vond ik een beetje te hoekig, dus daarvoor ging ik op zoek naar een ander patroon.

Bij het volgende paar sokken besloot ik dat ik ook wel een klein patroontje erin kon verwerken (ik was immers al een ervaren sokkenbreier, toch?). Ik besloot om de Rye Light sokken van Tin Can Knits als voorbeeld te nemen en midden bovenop een paneel in ribbelsteek te maken. Ook maakte ik de boord deze keer niet in 1×1, maar 2×2 boordsteek en gebruikte ik het meer afgeronde teenpatroon van de Hermoine’s Everyday Socks van Erica Lueder. Deze sokken waren alweer een stuk beter! Helaas kwam ik er tijdens het breien wel achter dat ik zo’n 8 toeren terug een foutje had gemaakt in het ribbelsteekpaneel; ik had per ongeluk twee toeren na elkaar recht gebreid (in plaats van één recht en één averecht). Ik had geen zin om het hele paneel of de hele sok zo ver uit te halen en besloot van de nood een deugd te maken. Ik breide vervolgens na elke 14 toeren ribbelsteek en extra toer recht. Daardoor zie je regelmatige onderbrekingen van het ribbelsteekpatroon (zie jij ze in de foto?).

Ik breide de sokken in een blauw sokkengaren van Undercover Otter dat ik bij Stephen & Penelope had gekocht. Omdat ik nét wat tekort kwam schakelde ik voor de tenen over op Katia United Socks in kleur 24 (die ik ook speciaal had ingeslagen om hielen en tenen ‘op te vullen’ als ik een keer tekort zou komen).

Het laatste paar sokken was alweer wat ingewikkelder. Ik breide namelijk de My Cup Of Tea Socks van Robin Lynn. Hoewel het patroon er misschien heel ingewikkeld uitziet, valt het hartstikke mee! Als je een beetje inzicht hebt lukt het na een stukje zelfs uit je hoofd. Ik gebruikte wel weer de hiel van de My Favorite Vanilla Socks en de teen van de Hermoine’s Everyday Socks, gewoon omdat ik die gewend was en ik wist dat ze goed zaten. Ik maakte ook weer een 2×2 geribde boord, omdat ik dat wat mooier vond dan de 1×1 geribde boord van de eerste sokken. Deze sokken leken eerst wat strak, maar na een keertje wassen en een paar keer dragen zitten ze als gegoten. Het enige is dat de hiel wat ver naar beneden zit. De volgende keer zou ik ze dus net iets langer breien.

Wat me vooral heel erg bevalt is de achterkant van de sokken. Daar zit namelijk een slim verstevigingstrucje in: om en om brei je een steek, en haal je een steek averecht af. Daardoor zit er een soort extra laagje achterin de hiel van de draad die achter de afgehaalde steken langs gaat. Bij het blauwe en roze paar sokken besloot ik dit trucje ook toe te passen aan de onderkant van de sok, zodat ook daar wat extra versteviging zit (want volgens mij slijt dat deel altijd het snelst).

Al met al heb ik al een mooie verzameling sokken, waarvan de roze zeker mijn favoriete zijn! En ik ga zeker door met sokken breien.

Heb jij wel eens sokken gebreid?

Recept: kweepeer-appeltaart met (zelfgemaakte!) amandelspijs

De herfst is hét seizoen voor appeltaart. Als je net als ik zelf appels hebt geplukt in de boomgaard is dit een heerlijke manier om ze te verwerken. Ik had zin in een wat zoetere taart en besloot daarom een laagje zelfgemaakte amandelspijs toe te voegen. Omdat ik ook een paar kweepeertjes had geplukt besloot ik die ook toe te voegen. De perfecte kruimels voor op deze taart vond ik op de site van Rutger Bakt; door het amandelmeel zijn ze de perfecte aanvulling op het spijs op de bodem. Je kunt het deeg en spijs een dag van tevoren maken; de smaak van de spijs kan dan ook ontwikkelen. Snel bakken maar!

Voor één taart van ø 24 cm
Ingrediënten:
Voor het deeg
– 100 gram kristalsuiker
– 200 gram koude boter, plus wat zachte boter voor het invetten
– 300 gram bloem
– 1/2 tl bakpoeder
– Snufje zout
– 1 ei
Voor de amandelspijs
– 200 gram kristalsuiker
– 200 gram amandelmeel (of maal zelf amandelen fijn)
– 2 eiwitten
– Oranjebloesemwater (optioneel)
Voor de vulling
– 1 grote kweepeer (ik gebruikte twee kleintjes)
– 1/2 kaneelstokje
– 70 gram kristalsuiker
– Oranjebloesemwater (optioneel)
– 3 appels (ik gebruikte twee goudrenetten en een elstar; kies appels die niet te zoet zijn)
– 1 tl kaneelpoeder
Voor de kruimels
– 50 gram bloem
– 50 gram amandelmeel
– 50 gram suiker
– Snufje zout
– 50 gram koude boter
Extra nodig: foodprocessor, springvorm van 24 cm doorsnede, deegroller

Bereidingswijze:
Begin (als je niet het deeg en de spijs een dag van tevoren maakt) met de kweepeer. Was ze goed schoon (verwijder eventueel het donslaagje als dat er nog op zit), schil ze (het is niet erg als er wat kleine stukjes schil blijven zitten) en snijd ze in kleine stukjes, zoals je ongeveer in een appeltaart zou willen aantreffen. Doe de kweepeer in een klein pannetje met 40 gram suiker, het halve kaneelstokje en een klein scheutje water en stoof de stukjes kweepeer in 30-45 minuten zacht. Voeg eventueel nog een beetje water toe als het mengsel heel droog wordt en begint aan te bakken. De stukjes kweepeer zullen een klein beetje uit elkaar vallen, maar moeten niet helemaal moes worden. Laat de kweepeer afkoelen en voeg eventueel 1/4 theelepel oranjebloesemwater toe (dat maakt de kweepeer extra aromatisch, maar pas hiermee op als je nog nooit oranjebloesemwater hebt gegeten). Verwijder het kaneelstokje.

Maak intussen het deeg. Het makkelijkst gaat dit in de foodprocessor. Doe de koude boter, de bloem, het bakpoeder, de suiker en het zout in de kom van de foodprocessor. Meng dit tot er een soort zand ontstaat. Klop het eitje los in een schaaltje, en voeg dit beetje bij beetje toe aan de inhoud van de draaiende foodprocessor tot er een samenhangend deeg ontstaat. Kneed het deeg nog even kort door met de hand, vorm het tot een platte plak en leg deze plak goed verpakt minstens een half uur (mag ook tot de volgende dag) in de koelkast.
Maak ook de spijs in de foodprocessor: doe het amandelmeel en de suiker in de foodprocessor en meng kort door elkaar. Voeg nu een voor een de eiwitten toe (terwijl de foodprocessor aan staat) tot een soepel en smeuïg spijs ontstaat. Voeg eventueel 1/4 tot 1/2 theelepel oranjebloesemwater toe als je dat lekker vindt. Maak ook van de spijs een platte plak en bewaar deze op een koele plek tot hij nodig is.

Verwarm de oven voor op 170 °C en maak terwijl de oven opwarmt de vulling. Schil de appels en snijd ze in kleine stukjes (zoals je ze gewoonlijk in de appeltaart vindt). Doe ze in een grote kom, samen met de gestoofde kweepeer, de overgebleven 30 gram suiker en het kaneelpoeder, en meng dit goed door elkaar.

Vet de springvorm ruim in met de zachte boter. Rol het deeg uit tot een grote lap die de bodem en wanden van de springvorm kan bedekken. Het is niet erg als het deeg hierbij wat scheurt (dat zal vooral in het begin gebeuren, als het deeg nog stijf en koud is). Gebruik ook genoeg bloem zodat je deeg niet aan het aanrecht blijft plakken. Als je deeg in de vorm gescheurd is of gaten heeft, kun je dit makkelijk opvullen met overhangende stukjes deeg (mijn appeltaartbodem lijkt in het begin wel een legpuzzel, zoveel gaten en stukjes, maar dat is dus helemaal niet erg als je die stukjes goed aan elkaar duwt). Maak de randen mooi vlak en snijd eventueel overhangend deeg weg.
Rol ook de amandelspijs uit tot een plak en leg deze op de deegbodem (en ook dat mag in meerdere stukken,want ook amandelspijs kun je heel makkelijk aan elkaar plakken). Schep vervolgens de vulling in de deegbodem. Bak de taart 55 minuten in het midden van de oven.

Maak terwijl de taart in de oven staat de kruimels. Dat kan ook in de foodprocessor, maar ik doe dat het liefst met de hand, en wel als volgt:
Doe de bloem, het amandelmeel, de suiker en het zout in een grote kom en voeg de koude boter hieraan toe. Snijd met twee messen de boter in kleine stukjes (of gebruik eventueel een botersnijder). Wrijf vervolgens de kleine stukjes boter tussen je vingers net zo lang tot er een homogeen deeg begint te ontstaan. Je zult uiteindelijk merken dat je het deeg bij elkaar kan duwen met je handen, maar dat het vervolgens makkelijk weer in kruimels uiteen valt. Op dat moment is je kruimeldeeg klaar. Belangrijk is dus dat je geen deegbal maakt, maar losse kleine stukjes. Bewaar de ongebakken kruimels op een koele plaats tot de 55 minuten baktijd van de taart om zijn.

Haal de taart na 55 minuten uit de oven, bestrooi hem met het kruimeldeeg, en bak de taart nog 20 minuten tot de kruimels mooi goudgeel zijn (houd ze de laatste paar minuten in de gaten en haal de taart eventueel iets eerder uit de oven). Laat de taart goed afkoelen om te zorgen dat de vulling er niet uitvalt bij het aansnijden. Of eet hem lekker warm als je niet geeft om esthetiek! 😉

Suggesties voor aanpassingen:
Niet zo’n fan van zoet? Maak een halve hoeveelheid amandelspijs. Wil je helemaal geen spijs in je taart? Strooi dan een eetlepel paneermeel over de deegbodem zodat het vocht van de appels kan worden opgenomen. In plaats van kruimels kun je ook een bakje gemengde noten over de taart strooien en die acht tot tien minuten meebakken (houd ze wel goed in de gaten want ze worden snel donker).

Recept: Voorjaarsrestjespasta

Weer iets minder foto’s dan gebruikelijk, maar dit recept besloot ik pas te delen nadat de borden dampend op tafel stonden. Toen de eerste hap genomen was vroeg ik me af waarom ik juist dit ‘luie’ restjesrecept niet zou delen; soms is het juist zo fijn om inspiratie te krijgen voor iets dat je makkelijk in elkaar kunt flansen met restjes groente. Daarom vandaag mijn recept voor ‘voorjaarsrestjespasta’. Een supermakkelijk, maar heerlijk gerecht in een handomdraai! En ook nog eens aan te passen aan wat je nog in de koelkast hebt liggen.

Voor twee personen
Ingrediënten:
– 130-150 gram pasta
– 1 rode (of witte) ui
– 1 stengel bleekselderij
– 2 teentjes knoflook
– Olijfolie
– 250 gram groene asperges (of courgette, prei, lente-ui, sperziebonen…)
– 0,5 el bloem
– 100ml droge witte wijn
– 150 ml slagroom (of melk, of crème fraîche – laat bij crème fraîche de bloem weg)
– 100 gram diepvriesdoperwtjes of verse doperwtjes
– 100 gram Parmezaanse kaas (meer of minder naar smaak, of gebruik pecorino, of een oude boerenkaas, geitenkaas…)
– Een klein handje salieblaadjes (of peterselie, kervel, bieslook…)
– Een klein handje pecannoten (of geroosterde walnoten of pijnboompitten)

Bereidingswijze:
Kook de pasta volgens de aanwijzingen op de verpakking (en laat de doperwtjes een minuutje meekoken) en maak ondertussen de pastasaus. Snipper de rode ui, de bleekselderij en de knoflook. verhit een scheutje olijfolie en fruit hierin de ui, bleekselderij en knoflook.

Verwijder de houtige uiteindes van de asperges. Snijd de asperges overlangs doormidden en snijd de helften dan in stukken van ongeveer 4 centimeter (snijd courgette in dunne halve plakjes en prei in ringetjes). Voeg de asperge toe aan de pan met de ui en bak hem op vrij hoog vuur even aan, tot de asperges een klein beetje beginnen te bruinen. Gebruik de sperziebonen, kook die dan de laatste paar minuten mee met de pasta in plaats van ze in de pan te garen.

Voeg de bloem toe aan de groenten en bak die even aan. Voeg dan het scheutje wijn toe en roer dit goed door de groenten. Als het goed is zie je de saus nu licht binden door de bloem. Voeg hierna de slagroom (of melk) toe en roer weer goed. Er ontstaat nu een lichtgebonden roomsaus. Rasp de kaas en snijd de kruiden fijn en voeg ze toe aan de pasta.

Laat de doperwtjes de laatste minuut meekoken met de pasta en giet af. Voeg de pasta toe aan de roomsaus. Hak de pecannoten grof en bestrooi de pasta ermee.

Succes met koken!

Op de naald: mijn eerste paar gebreide sokken

Het wil me niet echt lukken om bij één project te blijven (iets waar overigens meer breiers en hakers last van schijnen te hebben). Mijn Flax Light sweater ligt daarom even te pauzeren, net als de gehaakte filetsjaal. Uiteindelijk maak ik ze wel af, maar voor nu had ik zin om met een nieuwe uitdaging te beginnen. Ik ben namelijk begonnen aan mijn eerste paar gebreide sokken!

Ik had eerder al een paar gehaakte sokken laten zien waar ik niet tevreden over was. Ik heb nu één van de sokken uitgehaald en gebruik de wol (een heel mooie, handgeverfde van Sticks & Cups) nu voor gebreide sokken. Ik gebruik hiervoor het gratis patroon My Favorite Vanilla Socks van Meaghan Schmaltz. Wel ben ik een naaldmaat naar beneden gegaan (2,5 mm) en maak ik de sokken een maatje groter ter compensatie. Van tevoren leek sokken breien me een ingewikkelde operatie, maar nu ik eenmaal bezig ben valt het me ontzettend mee. Ja, hier kan ik zeker aan wennen! Ik kijk er nu al naar uit om mijn eerste sok met een patroontje te maken.

Naast sokken ben ik ook alweer begonnen met een nieuwe trui. Ik had het prachtige paarse garen (purplosion van Garnstories) al in mijn bezit, verwerkt in een tunisch gehaakte trui die net als de gehaakte sokken niet helemaal goed uit de verf kwam. Wat een werk om die uit elkaar te halen! Maar uiteindelijk is het me gelukt en ben ik nu bezig met een vierkant model trui in een patroontje uit de Breibijbel.

Het patroontje vormt een soort ruitjes doordat je je draad aan de voorkant van je werk langs een aantal steken laat ‘zweven’ en die draad vervolgens een paar toeren verder oppakt en achter een steekje laat vallen. Het klinkt ingewikkeld, maar is eigenlijk heel simpel en breit lekker weg voor de televisie. Ik gebruikte voor het eerst een ‘provisional cast-on’, waarbij je een lossenketting haakt om daar vervolgens op te gaan breien. Op die manier kan ik straks als het goed is een heel mooie boord maken (en uiteraard de lossenketting weer uithalen). Ik ben benieuwd of de trui deze keer wel goed lukt!

Steekmarkeerders maken met sluiting

Ik liet al eerder zien hoe je met metaaldraad heel gemakkelijk zelf steekmarkeerder kan maken. Dit keer laat ik je een ander soort steekmarkeerders zien, die je goed bij het breien kunt gebruiken maar óók open kunt maken (en dus ook bij het haken kunt gebruiken).

Ik was al een tijdje op zoek naar een bepaald soort sluiting die ik zag bij sommige steekmarkeerders; het leek op een karabijnslotje, maar dan dunner en ronder. Dat bleken dus oorhangers te zijn! Ik bestelde er gelijk een hele hoop bij CreaDream, een heel uitgebreide webwinkel voor sieraden maken.

Ik deed bij mijn bestelling gelijk wat grappige bedeltjes, van donuts, een reep chocolade en veiligheidsspelden (die vond ik wel toepasselijk). Ook had ik een paar héél schattige bedeltjes gevonden bij Schepping in Zutphen, van dametjes in kimono en matroesjka’s. Dus ook die werden gelijk tot steekmarkeerder geknutseld!

Naast bedels naar keuze en deze ‘oorsluitingen’ heb je nog splitringen nodig, van Ø 5 mm of minder, en een platbektang (ik werkte zelfs met twee tegelijk, dat is heel handig bij heel kleine ringetjes).

Vanaf hier is het eigenlijk vrij simpel! Je neemt een splitringetje en buigt dat een beetje open met behulp van de tang(en). Doe dat niet ‘in de richting van het rondje’, maar buig een van de uiteindes opzij.

Rijg nu een bedel en een sluiting aan het ringetje en duw het weer dicht met behulp van je tang. Zorg ervoor dat de uiteindes van het ringetje zo goed mogelijk aansluiten, want dat zorgt ervoor dat je steekmarkeerder niet aan je garen blijft hangen.

En klaar is Kees! Als je eenmaal de smaak te pakken hebt, zul je merken dat je steeds weer op zoek gaat naar leuke bedeltjes om steekmarkeerders mee te maken. En ze zijn ook heel leuk als cadeautje voor een hakende of breiende vriend(in)!

Recept: Wraps met vegagehakt en cheddar

Een makkelijk recept voor een doordeweekse dag, stevige wraps met een vegagehaktvulling en gegratineerd met cheddarkaas. Neem een enkele wrap en combineer hem met een goedgevulde salade, of ga all in en neem er twee!

Voor vier wraps
Ingrediënten:
– Olijfolie
– 2 stengels bleekselderij
– 2 tenen knoflook
– 1 rode ui
– 1 maiskolf (ongeveer 140 gram mais)
– 140 gram tomatenpuree
– 40 gram paprikapasta (zoet of pittig, wat je wilt)
– 1/2 theelepel gerooktepaprikapoeder
– 1/4 theelepel gedroogde tijm
– 1/4 theelepel oregano
– 1/2 tl korianderpoeder
– 1 tl komijnpoeder
– 200 gram vegagehakt
– 1 klein bosje peterselie/koriander
– 4 wraps
– 4 eetlepels yoghurt/crème fraîche
– 100 gram cheddar
– 40 gram ingelegde jalapeño (16-20 plakjes)

Bereidingswijze:
Snipper de bleekselderij en knoflook en snijd de rode ui in kwart ringen. Verhit een scheutje olijfolie in een grote pan en fruit de ui, knoflook en bleekselderij een paar minuten. Snijd de maiskorrels van de maiskolf en voeg ze toe aan de groenten in de pan.Bak dit op middelhoog vuur een paar minuten (de mais wordt iets geler van kleur). Voeg de tomatenpuree en paprikapasta toe en fruit ook dit weer een paar minuten om de tomatenpuree te ontzuren. Voeg nu de specerijen en het vegagehakt toe en bak dit al roerend een paar minuten door. Voeg een scheutje water toe om het mengsel iets smeuïger te maken en breng op smaak met zout en peper. Hak als laatste de peterselie/koriander fijn en roer hem door de wrapvulling.

Verwarm de oven voor op 200 °C en vet een ovenschaal in met een beetje olie. Rasp de cheddar. Leg een wrap op je werkblad en schep er iets van het midden een royale strook vulling op. Rol de wrap op en leg hem met de naad naar de zijkant/schuin naar beneden in de ovenschaal. Vul en rol zo ook de andere wraps. Bestrijk de wraps met een beetje yoghurt of crème fraîche en bestrooi ze met de helft van de cheddar. Beleg nu elke wrap met een paar plakjes jalapeño en bestrooi met de rest van de kaas.

Bak de wraps 10-15 minuten in de voorverwarmde oven, tot de kaas mooi gesmolten is, en serveer ze lekker heet, eventueel met extra jalapeño’s.

Heet van de naald: Autumn League Pullover

Heet van de naald is deze trui eigenlijk niet echt meer – ik had hem al aan toen in februari mijn pols gegipst werd (heel handig, want dit was zo’n beetje het enige kledingstuk dat ik over mijn gips heen kon trekken). Het is de eerste echte trui die ik gebreid heb en ik laat je graag het resultaat zien!

Ik gebruikte een lekker wild kleurtje, namelijk een handgeverfde editie van de Cool Wool van Lana Grossa. Het is een heerlijk vrolijk kleurtje geworden, met strepen van allerlei kleuren op een donkergrijze achtergrond. Dit is best een heftige kleurensamenstelling voor mij, dus ik moest er even aan wennen. Maar nu vind ik hem geweldig!

kleur

Het gratis patroon vraagt eigenlijk om DK weight, iets dikker dus dan deze wol (die is namelijk sport weight). Ik heb daarom een maatje groter gebreid dan ik eigenlijk nodig zou hebben. Alsnog heb ik tijdens het breien wat kleine aanpassingen gemaakt; ik ben net iets minder lang doorgegaan met het meerderen bij de raglanhals. Hierdoor is de pasvorm net niet helemaal goed. De mouwen zijn vrij strak, strakker dan eigenlijk de bedoeling is bij het patroon, en daardoor ‘trekken’ ze een beetje bij de oksels (waardoor je zo’n vouw krijgt). Toch vind ik de pasvorm goed genoeg, zeker voor een allereerste trui.

De trui heeft aan de voorkant een soort driehoekje zitten, net zoals je bij sweatshirts wel ziet. Dat effect krijg je door zogenaamde ‘travelling stitches’, oftewel ‘reizende steken’, aan te brengen. Als je goed kijkt zie je dat ik bij één steek een foutje heb gemaakt, maar dat vond ik zelf te klein om de trui nog voor uit te halen (ik was al enkele toeren verder voor ik het ontdekte). Bij de mouwen én het lijfje heb ik voor een gespleten boord gekozen. Dat vond ik goed passen bij de nonchalante uitstraling van de trui. Ik heb bij deze trui ook voor het eerst een ‘tubular bind off‘ gebruikt, en met succes!

Al met al ben ik heel tevreden en trots over mijn eerste gebreide trui! Ik ben ook zeker van plan om dit patroon nog eens te gebruiken; ik zie al een felroze trui voor me, met ballonmouwen…

Recept: pasta met zoete aardappel, feta en peterseliepesto

Tja, het was afgelopen maand weer even stil. Mijn schaatsavontuur in februari eindigde helaas met een pols in het gips. Daardoor was het moeilijk koken (én moeilijk typen). Gelukkig is mijn gips er inmiddels af en kan ik weer lekker in de keuken aan de slag! Ik heb gelijk weer een eigen recept gemaakt, geïnspireerd op dit recept van Chickslovefood. Geroosterde zoete aardappel en zoutige feta is gewoon een gouden combinatie. Ik maakte er een pastagerecht van, met een kaasloze pestosaus van peterselie en rucola. Smullen!

Voor twee personen
Ingrediënten:
– 450 gram zoete aardappel
– 1/8 tl gerooktepaprikapoeder
– Zonnebloemolie
– 125 gram pasta
– 15 gram peterselie
– 15 gram rucola
– 1 teen knoflook
– 1 el pijnboompitten
– 2-3 el olijfolie
– 1 rode ui
– 1 rode peper (ik gebruik zelf rawit, maar gebruik vooral wat jij lekker vindt)
– 1/4 tl korianderpoeder
– 1/4 tl paprikapoeder
– 40 gram kalamataolijven
– 100 gram feta (of meer, als je dat lekker vindt)
– Zout en peper
Extra nodig: hakmolentje, foodprocessor of vijzel

Bereidingswijze:
Verwarm de oven voor op 220 °C. Schrob de zoete aardappel schoon en snijd hem in blokjes. Doe de blokjes op een bakplaat, bestrooi ze met een beetje zout en het gerooktepaprikapoeder en sprenkel er een scheut olie over. Hussel de blokjes zodat ze allemaal met de olie zijn bedekt en spreid ze goed uit. Rooster de zoete aardappel 25 minuten.

Maak intussen de pesto. Rooster eerst de pijnboompitten kort in een droge koekenpan. Snijd de peterselie en de knoflook grof en doe ze samen met de rucola, pijnboompitten en 1 eetlepel olijfolie in de foodprocessor. Maal alles tot kleine stukjes. Voeg ondertussen zoveel olijfolie toe dat een smeuïge ‘pesto’ ontstaat.

Snijd de rode ui in dunne halve ringen en de rode peper in kleine stukjes. Giet een klein scheutje olijfolie in een grote hapjespan en bak de ui en peper kort aan. Voeg nu het koriander- en paprikapoeder toe en bak dit even mee. Kook ondertussen ook de pasta volgens de aanwijzingen op de verpakking.

Stel nu het gerecht samen. Snijd de kalamata’s een paar keer door. Voeg de zoete-aardappelblokjes, de olijven, de pasta en de pesto toe aan de pan met rode ui. Verkruimel de feta boven de pan en roer alles goed door. Breng het gerecht op smaak met peper en eventueel nog wat zout en dien het gelijk op met extra olijfolie.

Geniet ervan!

De leukste Nederlandse wolwebwinkels

Het lijkt erop dat we nog een tijdje onze aankopen online zullen moeten doen. Gelukkig is er tegenwoordig een ruim aanbod aan leuke webwinkels voor je brei- en haakgaren. En ook de meeste stenen winkels hebben nu een online bestelservice. Ik zet hier een paar van de leukste wolwebwinkels voor je op een rijtje.

Stephen & Penelope

Stephen & Penelope is een van mijn favoriete wolwinkels in Nederland. Als je jezelf echt eens wil verwennen met luxe wol is dit dé plek voor jou: Stephen & Penelope specialiseert zich in strengen handgeverfde wol, voornamelijk van kleinschalige producenten. Sommige merken verven ook exclusieve kleuren voor Stephen & Penelope. Je vindt er luxe merken zoals GigglingGecko Yarns, Dusty Dimples en Lola Bean Yarn Co.

Undercover Otter

Undercover Otter is een van de merken die ook bij Stephen & Penelope wordt verkocht, maar ze hebben ook een eigen webshop. Daarin vind je diverse soorten wol geverfd in sprekende, felle kleuren (en met grappige namen). Ze verkopen daarnaast ook grappige hulpmiddelen zoals naaldenmeters. Ze werken momenteel samen met Colourful Creativity, ook een leuk kleinschalig merk.

Dol-op-Wol

Bij deze winkel koop ik regelmatig iets. Gevestigd in het zeer gezellige centrum van Deventer; bezoek dus ook zeker de stenen winkel een keertje. Ze hebben een mooie collectie sokkenwol en verkopen wol in verschillende prijscategorieën. Ze hebben een groot assortiment Lana Grossa, maar ze verkopen bijvoorbeeld ook het wat luxere Malabrigo. Ook hebben ze een aantal exclusief door Dol-op-Wol ontworpen patronen.

Astrid’s WOL

Als ik Dol-op-Wol noem, kan ik Astrid’s WOL (gevestigd in dezelfde stad) natuurlijk niet overslaan. Astrid’s WOL is je bestemming als je op zoek bent naar de wat bijzonderdere merken, die je elders niet zo makkelijk vindt. Zo verkoopt Astrid onder andere Atelier Zitron, Noro en Kauni. Ook hier is de stenen winkel zeker een bezoek waard.

Sticks & Cups

Ook weer zo’n leuke winkel, in Utrecht dit keer. Sticks & Cups verkoopt een zeer groot assortiment Scheepjes, maar ook Rauma, Lang Yarns en meer. Ze hebben zelfs hun eigen kleine collectie handgeverfde wol, voor een vrij vriendelijke prijs. Ik kocht ooit mijn eerste luxe handgeverfde sokkenwol bij de kraam van Sticks & Cups op Kreadoe. De kleuren zijn diep en helder; zeker een aanrader.

Cross & Woods

Bij deze winkel ben ik niet eerder langs geweest; hij is gevestigd in het centrum van Den Haag. Ook hier vind je mooie handgeverfde wol van kleinschalige ondernemingen, zoals Olann, Countess Ablaze en The Dutch Yarn Barn. Naast wol en toebehoren verkopen ze ook stoffen (heel leuke, kan ik je vertellen), knopen, benodigdheden voor het spinnen van wol en stationery.

Atelier Sopra

Ik heb al eerder over Atelier Sopra geschreven; wát een mooie wol wordt daar verkocht! José verft al haar wol zelf en geeft op de productpagina’s goede suggesties voor kleuren die goed bij elkaar passen. Dit is de ideale plek om een mooie gradiënt uit te zoeken voor een kleurrijk project. Ze verft ook adventkalenders, daarmee kun je in december tot aan kerst elke dag een klein pakje uitpakken met daarin een mini-streng wol. José verft niet alleen met liefde, ze verpakt ook al haar bestellingen met veel aandacht (ook daar heb ik eerder al over geschreven). Als je jezelf wil verwennen, moet je hier zijn.

Kleur en Draad

Zeg je kleurrijk, dan zeg je Kleur en Draad. In Friesland verft Astrid, de eigenaresse, ware kleurexplosies. Vooral het roze spat je tegemoet. Ze verft ook adventkalenders, dus als je er warmpjes bij wilt zitten met de kerst zou ik haar website in de gaten houden. De persoonlijke service staat bij Astrid hoog in het vaandel en ze helpt je met liefde om de mooiste combinaties uit te zoeken.

Wolplein en Caro’s Atelier

En mocht je bij bovenstaande niet kunnen vinden wat je zoekt, dan zijn er altijd nog de ‘grote spelers’. Caro’s Atelier ontdekte ik zelf tijdens Kreadoe, en is volgens mij echt een populaire webshop (ik zag dat ze meer dan 33.000 likes op Facebook hebben). Je vindt er dan ook gewoon heel erg veel, niet alleen voor breien en haken, maar ook voor borduren. Nog zo’n grote is Wolplein. De lijst aan merken en soorten garen is enorm. Ze organiseren ook vaak leuke haak- of brei-a-longs en stellen onder andere daarvoor ook pakketten samen.

Dit is natuurlijk een leuke lijst om mee te beginnen, maar er zijn natuurlijk nog veel méér leuke wol(web)winkels in Nederland. Ik moedig je aan om ook vooral de winkels bij jou in de buurt te ontdekken, want die kunnen je steun goed gebruiken. Zo houden we samen de haak-en-breigemeenschap in stand!

Zelf steekmarkeerders maken

Een aantal jaren geleden was ik erg druk met sieraden maken. Ik kocht kraaltjes in hobbywinkels en beurzen en op een gegeven moment had ik bakken vol. Nu ben ik niet zo meer met sieraden maken bezig, maar de kralen liggen er nog. Toen bedacht ik een leuke nieuwe bestemming: steekmarkeerders. En die zijn zo eenvoudig te maken dat jij het ook kunt!

Steekmarkeerders gebruik je om, de naam zegt het al, steken in de haak- of breiwerk te markeren. Voor het haken gebruik je steekmarkeerders met een sluiting, die je open kunt maken om om je draad heen te doen. Bij het breien kun je ook steekmarkeerders gebruiken die je open kunt maken, maar dat hoeft niet per se. Ik maakte dit keer steekmarkeerders van het laatste soort, dus die niet open kunnen. Deze markeerders schuif je om je breinaald en kom je op die manier iedere toer weer tegen.

Voor deze steekmarkeerders heb je nodig: kralen naar keuze, metaaldraad (en dan het dunne, flexibele soort dat je dus ook voor sieraden zou gebruiken), een platbektang, een kniptang, knijpkraaltjes (niet te groot, maar let wel op dat ze niet zo klein zijn dat ze door het gat van je kraal kunnen).

Knip met de kniptang een stukje metaaldraad af. Zo’n 7-8 cm moet genoeg zijn.
Maak een lusje van je metaaldraad en schuif een knijpkraaltje over de twee uiteindes.
Houd de metaaldraad nu vast bij de uiteindes, want er komt spanning op het lusje te staan, dus anders schiet je kraaltje weg. Houd met de platbektang het kraaltje op de juiste plek (zodat je een lusje hebt dat groot genoeg is voor om je breinaald) en knijp het kraaltje plat.

Schuif nu je kraal of kralen naar keuze op de draaduiteindes, tot aan het knijpkraaltje. Schuif daarachter weer een knijpkraal en knijp ook die plat.
Knip als laatste de draadeinden af tot aan de knijpkraal.

En voilà, je eigen unieke steekmarkeerders!

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag