Nieuw binnen: KnitPro Symfonie breinaalden

Gisteren kreeg ik een vroeg verjaardagscadeautje met de post: een KnitPro breinaaldenset! Ik had deze set al een tijdje op het oog nadat ik hem bij Dol-op-Wol in het assortiment had gezien, en toen ik zag dat ze bijna op waren, mocht ik van de gever gelijk zelf bestellen. Daar was ik natuurlijk heel blij mee!

Deze set hoort bij de Symfonie-lijn van KnitPro. Deze lijn bestaat uit houten brei- en haaknaalden met een heel bijzonder kleurenpatroon op de naalden. Ze hebben vaste en verwisselbare haaknaalden, breinaalden en ook vaste en verwisselbare rondbreinaalden. De kabels van KnitPro kun je dan onderling uitwisselen met zowel je haaknaalden als breinaalden van KnitPro. Omdat ik ook al wat tunische haaknaalden van KnitPro heb, leek dat me wel handig.

De set bestaat uit acht paar verwisselbare breinaalden (maat 3,5 mm, 4 mm, 4,5 mm, 5 mm, 5,5 mm, 6 mm, 7 mm en 8 mm), een setje kabelverbinders (daarmee kun je meerdere kabels aan elkaar schroeven) en vier kabels (twee van 80 cm, een van 60 cm en een van 100 cm). Bij elke kabel zitten twee ‘doppen’ die je op de kabel kan schroeven zodat je werk er niet vanaf valt.

Ik heb de set zelf nog niet getest, maar ik heb wel al een stukje met kabelnaalden uit dezelfde lijn gewerkt. Die waren maar 2,5 mm en die maat is te dun voor het verwisselbare systeem, dus daar heb ik een vaste kabelnaald en sokkennaalden van. Ik vind het lichte gewicht wat ze hebben erg fijn. Wel vond ik het een behoorlijk gepriegel om als beginnende breier met die sokkennaalden te werken. Toen ik Dol-op-Wol belde voor wat advies, vertelde het meisje dat ik aan de lijn had dat ze nét ook minikabelnaaldjes hadden binnengekregen, van 25 centimeter lang. Dat is ideaal om van die voor mij onhandige sokkennaalden af te zijn. Ik bestelde gelijk een paar minirondbreinaaldjes van 2,5 mm, 3 mm en 3,5 mm erbij. En omdat ik nou eenmaal hou van goede voorbereiding en complete verzamelingen (niet altijd even goed voor de portemonnee) bestelde ik ook gelijk verwisselbare naaldjes in 3 mm.

Ik ben helemaal in mijn nopjes met deze grote set! Nu kan ik ook eindelijk echt goed beginnen aan het project dat ik voor ogen had: mijn eerste gebreide trui. Binnenkort zie je hoe die precies wordt!

Recept: Kruidige tempéschotel met pindasaus

Dit gerecht is geïnspireerd door twee Indonesische klassiekers, nasi goreng en saté. Hoewel de twee vaak samen gegeten worden, horen ze niet per se bij elkaar. Dit recept is eigenlijk heel vanzelf ontstaan; ik had zin in tempé, en in satésaus, en daar moest natuurlijk nog iets bij geserveerd worden. Ik gooide wat specerijen bij elkaar voor een ‘nasi’, gooide uit gemak de tempé in dezelfde pan… en lekker dat het was! Het is een flinke pan, maar je kunt restjes heel goed de volgende dag opeten als lunch.

Voor twee flinke eters
Ingrediënten:
Voor de satésaus:
– 125 gram pindakaas
– Snufje uienpoeder
– Snufje knoflookpoeder
– 1/2 tl paprikapoeder
– 1/2 tl komijnpoeder
– 1/4 tl korianderpoeder
– 1/8 tl laos (poeder)
– 1 el katjap manis met 1 el sojasaus, óf 1 1/2 el ketjap asin
– 200-250 ml kokosmelk
– Sambal naar smaak
Voor de tempéschotel:
– 125 gram basmatirijst
– 200 gram tempé
– Snufje knoflookpoeder
– Snufje uienpoeder
– 1 1/2 tl komijnpoeder
– 1 tl korianderpoeder
– 1/2 tl chilipoeder
– 1 1/2 tl paprikapoeder
– 1 1/2 tl kurkuma
– Arachide- of zonnebloemolie
– 1 ui
– 1 rode paprika
– 1/2 tl trassi (optioneel; hierdoor is het gerecht niet meer veganistisch/vegetarisch)
– 150 gram sugar snaps

Bereidingswijze:
Kook eerst de rijst, die moet namelijk helemaal koud zijn voordat je hem kunt opbakken. Je kunt de rijst zelfs een dag van tevoren koken. Laat hem in elk geval een paar uur afkoelen. Ik kook hem zelf altijd met twee keer zoveel water als rijst (in dit geval dus ongeveer 250 ml) met het deksel schuin op de pan, maar kook de rijst vooral zoals je dat zelf prettig vindt.
Doe voor de satésaus alle ingrediënten in een klein steelpannetje. Zet het vuur laag tot middelhoog, roer alles rustig door elkaar, en laat de saus zachtjes pruttelen tot hij mooi gebonden en dik is geworden. Als je niet van multitasken houdt, kun je eerst de saus klaarmaken en die op het eind nog even goed opwarmen.

Maak ondertussen de tempéschotel. Meng de tempéblokjes met alle specerijen en een klein scheutje olie, totdat de blokjes helemaal zijn bedekt.Je hebt op dit moment een overschot aan specerijen, maar dat hoort. Snijd de ui in halve ringen en de rode paprika in blokjes.

Verhit nog wat olie in een wok of hapjespan op hoog vuur. Voeg als eerste de tempéblokjes toe, met alle specerijen, en bak je blokjes mooi goudbruin. Voeg de ui en paprika toe en bak die even mee. In dit stadium kun je eventueel de trassi toevoegen. Voeg de sugar snaps toe en bak dit goed door, tot de boontjes felgroen zijn en beetgaar.

Voeg nu de rijst toe en bak die ook goed door. Je zult zien dat de rijst langzaam de specerijen die niet aan de tempé bleven plakken opneemt.

Serveer de tempéschotel met de warme pindasaus, een gekookt of gebakken eitje (dat kun je ook van tevoren maken), cashewnoten of pinda’s, ketjap, sambal en eventueel (vegetarische) kroepoek.

Geniet ervan!

Recept: Minimonchoutaartjes met salted caramel

Een weekje terug schreef ik al over een monsterlijk lekkere karamelsaus. Deze weldadige taartjes zijn een overheerlijke manier om je karamelsaus te gebruiken. Er komt geen oven aan te pas, en hoewel de gehele bereiding wel wat tijd in beslag neemt, zijn de afzonderlijke stappen vrij eenvoudig. En, ook niet onbelangrijk, het resultaat is goddelijk.

Voor 8 kleine taartjes
Ingrediënten:
Voor de koekjesbodem:
– 75 gram digestives
– 5 gram (een theelepel) cacao
– 50 gram gesmolten boter
Voor de monchouvulling:
– 1 dl slagroom, koud (dat klopt het beste op)
– 200 gram monchou, op kamertemperatuur
– 50 gram witte basterdsuiker
– Een drupje vanille-extract
Voor de topping:
– 1/2 portie karamelsaus, op kamertemperatuur
– 120 gram pure chocolade
– 15 gram boter, koud
– Zeezoutvlokken of fleur de sel
Verder nodig: 8 kleine vormpjes (bijvoorbeeld soufflé- of crème-brûléevormpjes) | mixer

Bereidingswijze:
Begin met de koekjesbodem. Maal de digestives in een foodprocessor of hakmolentje tot kruimels. Voeg de cacao en de gesmolten boter toe en roer dit door (of gebruik de pulseerknop van je hakmolentje of foodprocessor), tot de kruimels de structuur van nat zand hebben. Verdeel de kruimels over de vormpjes en druk aan.

Zet de vormpjes in de koelkast om de bodem te laten opstijven terwijl je de monchouvulling maakt. Klop de slagroom lobbig (ongeveer tot yoghurtdikte). Roer ondertussen de monchou met de basterdsuiker en het vanille-extract glad. Het is belangrijk dat je de monchou goed zacht roert, anders krijg je klontjes. Doe de geklopte slagroom bij de monchou en spatel dit voorzichtig (om zoveel mogelijk luchtigheid te bewaren) maar goed door tot een homogeen mengsel. Haal de vormpjes uit de koelkast en vul ze met de monchouvulling. Strijk de vulling glad en laat de taartjes een half uur opstijven in de koelkast.

Schep ongeveer een eetlepel karamelsaus op elk taartje en zwenk de vormpjes om de saus goed te verdelen. Je kunt de saus als die iets te dik is voorzichtig verwarmen (in een pannetje of in de magnetron), maar laat hem zeker niet te heet worden want dan smelt de monchouvulling. Zet de taartjes een uur in de koelkast om ze goed koud te laten worden.

Hak de chocolade in stukjes en smelt de stukjes au bain-marie. Laat de gesmolten chocolade een klein beetje afkoelen en roer dan de boter erdoor tot die opgelost is. Laat de chocolade nog een klein beetje afkoelen voordat je de taartjes afwerkt. Schep steeds een beetje chocolade in een vormpje en zwenk het vormpje om de chocolade goed over de bovenkant van het monchoutaartje te verdelen (als je dit niet een voor een doet stolt de chocolade voordat je die mooi kunt uitspreiden). Laat de chocolade een klein beetje harder worden (dit kun je zien aan het feit dat de chocolade wat doffer wordt) en bestrooi de taartjes met een klein beetje zoutvlokken of fleur de sel. Laat de chocolade verder opstijven in de koelkast.

Veel plezier met dit recept!

Recept: Monsterlijk lekkere karamelsaus

Hoewel ik niet houd van een schuldgevoel rondom eten, is deze karamelsaus niets anders dan zondig te noemen. Hoewel, misdadig lekker zou ook een mooie omschrijving zijn. Mijn vrienden zijn altijd blij als ik een potje voor ze maak en hij staat ook wel bekend als ‘dé karamelsaus’. Heerlijk romig en met een diepe smaak. Dit recept zorgt voor genoeg potjes om ook zelf wat te kunnen houden nadat je aan je vrienden hebt uitgedeeld – als je tenminste niet alles voor jezelf wilt houden als je eenmaal geproefd hebt!

Ingrediënten:
– 400 gram suiker
– 130 ml water
– 200 gram boter
– Zout
– 250 ml slagroom, op kamertemperatuur

Bereidingswijze:
Doe de suiker en het water in een ruime pan, liefst met een dikke bodem. Let op, je hebt echt een grote pan nodig, want de karamel komt behoorlijk omhoog borrelen. Verwarm de suiker met het water op laag vuur totdat de suiker is opgelost en je geen korrels meer ziet.

Zet nu het vuur hoger en voeg de boter en een flinke snuf zout toe. De suiker zal nu langzaam gaan karameliseren. In het begin kan dat even duren, maar na een tijdje begint het mengsel van geel naar bruin te verkleuren. Houd je pan echt goed in de gaten, want het kan ineens hard gaan. Hoewel geur meestal een goede graadmeter is, vind ik de karamel al heel snel verbrand ruiken terwijl hij dat nog niet is. Ik let dus altijd meer op de kleur (maar dit is ook een kwestie van oefening en persoonlijke smaak). Op het moment dat je denkt ‘ok, als ik hem nu nog een seconde op het vuur laat staan, gaat het niet goed!’ haal je snel de pan van het vuur en voeg je de slagroom toe. Pas op, want dat zal een beetje pruttelen en spetteren. Roer de saus door met een hittebestendige spatel tot je een homogene saus hebt. Als je nog stukjes karamel hebt kun je de saus nog even voorzichtig verwarmen totdat alle stukjes zijn opgelost. Kom niet in de verleiding om gelijk te proeven, want de saus is nog steeds gloeiend heet!

Laat je saus even afkoelen voordat je hem in schone potjes overdoet. Bewaar de saus in de koelkast.

En wat doe je dan met die saus? Nou, maak bijvoorbeeld deze heerlijke monchoutaartjes. De saus is ook lekker bij ijs, tussen twee koekjes, of als warme saus over taart. Maar je kunt hem natuurlijk op nog veel meer manieren gebruiken. Ik ken zelfs iemand die hem door de koffie geroerd had!

Waar gebruik jij je karamelsaus voor?

Recept: Pad Karlijn

Pad thai is een van de populairste Thaise gerechten die er bestaan, maar of je het echt Thais kunt noemen, daar valt over te twisten. De Thai zien het zelf als Chinees gerecht, waarschijnlijk door Chinese invloeden na de Tweede Wereldoorlog ontstaan. Hoe dan ook is het een erg lekker en zomers gerecht. Een échte pad thai zal ik waarschijnlijk nooit kunnen namaken. Maar deze ‘pad Karlijn’ – met tofu en vegetarische kipstuckjes – is ook heel erg lekker, kan ik je vertellen.

Voor twee personen
Ingrediënten:
– Zonnebloem- of arachideolie
– 250 gram tofu
– 1 bakje kipstuckjes (160 gram)
– 2 teentjes knoflook
– 2 rode pepers
– 4 lente-uitjes
– 1 flinke hand taugé
– 1 bosje koriander
– 3 el geroosterde pinda’s
– 1 citroen
– 150 gram platte, brede noedels (traditioneel rijstnoedels, maar ik vind tarwenoedels ook lekker)
– 1 el bruine basterdsuiker
– 1/2 el sojasaus
– 2 el vissaus
– 2 tl tamarindepasta
– 2 tl sesamolie

Bereidingswijze:
Omdat je op hoog vuur bakt, is het handig om eerst alle ingrediënten voor te snijden. Snijd de tofu in blokjes en de knoflook in plakjes. Snijd de rode pepers in ringetjes; houd er één apart in een schaaltje om op tafel te zetten. Snijd de lente-uitjes ook in ringetjes en hak de koriander en pinda’s grof. Snijd de citroen in partjes.

Verhit een beetje olie in een grote pan of wok op hoog vuur en bak de tofu en kipstuckjes goudbruin en knapperig. Voeg de knoflook en 1 rode peper toe en bak deze kort mee. Kook ondertussen de noedels volgens de aanwijzingen op de verpakking, giet ze af en laat ze uitlekken.

Voeg nu de lente-ui en taugé toe aan de tofu en kipstuckjes en bak dit heel kort. Voeg nu gauw de bruine suiker, sojasaus, vissaus (naar smaak), tamarindepasta en sesamolie toe en roer dit door tot het sausje een geheel is. Voeg nu gauw de noedels toe, warm goed door, en bestrooi het gerecht met de koriander.

Dien de pad Karlijn op en zet de pinda’s, chilipeper en citroen op tafel om het gerecht mee af te maken.

Suggesties voor aanpassingen:
Wil je de tofu écht heel knapperig bakken? Wentel de blokjes dan in de maizena en bak ze in wat meer olie, voordat je de kipstuckjes toevoegt. Je kunt het gerecht geheel vegetarisch maken door de vissaus weg te laten en wat meer sojasaus toe te voegen (de smaak wordt daar uiteraard wel heel anders door).

Smullen maar!

Op de naald: Tegenvallers en eigen ontwerp (#1)

In Op de naald laat ik je zien met welke brei- en haakprojecten ik op dit moment bezig ben. Ik haak al een tijdje, maar ben met breien nog maar net begonnen. In deze eerste editie zie je daarom alleen maar haakprojecten. Mijn eerstvolgende breiproject wordt een trui, maar omdat ik aan niet teveel projecten tegelijk wil werken (en omdat ik nog wat moed moet verzamelen) laat die nog even op zich wachten.

Laat ik maar met het oudste project beginnen. Dit kussensloop van katoen is al bijna af; ik hoef alleen de draadjes nog weg te werken en de ‘omslag’ vast te haken. De lichtblauwe achterkant maakte ik van garen dat ik op vakantie heb gekocht. Wát een leuk aandenken is dat!

Tja, dit project ligt ook al een hele tijd onaangeroerd in mijn ‘projectenkist’. Ik vond op internet een leuk haakpatroon dat apache tears heet. Toen dacht ik: als ik dit met drie kleurtjes maak, dan ontstaat er een zigzagpatroon, en laat dat nou een van mijn favoriete patronen zijn. Ik was alleen iets te ambitieus: ik wilde zonder patroon een soort jasje maken. Maar omdat bij dit patroon alle toeren dezelfde kant op gaan, eindigde ik met een héleboel lose eindjes. En die mouwen, die zijn zo makkelijk nog niet, dus ik heb dat na een beetje friemelen ook opgegeven. Misschien moet ik hier ook maar gewoon een kussensloop van maken in plaats van een vest.

Dit waren de eerste gehaakte sokken die ik maakte, van de eerste handgeverfde streng wol die ik kocht. Het is een sokkenwol met 80% merinowol en 20% nylon van Sticks & Cups die ik op Kreadoe kocht. Op zich waren de sokken goed gelukt, ware het niet dat ze net iets te lang waren voor mijn voeten. Omdat ik het zonde vond om deze prachtige wol te laten eindigen in sokken die ik nooit droeg, besloot ik ze los te knippen en uit te halen. Ik ga er nu waarschijnlijk tunisch gehaakte sokken van maken in de hoop dat ik dan nog genoeg wol overhoud om nog een paar korte sokjes te breien.

Ik eindig met een succesverhaal. Soms heb ik ineens een ‘koopkriebel’ en gun ik mezelf leuk garen, ook al heb ik nog geen specifiek patroon in mijn hoofd om ermee te maken. Ik wilde al een tijdje zelf een vest ontwerpen (wat dus onder andere resulteerde in het zorgenkindje van twee foto’s eerder), in haakkatoen, omdat ik daar het meest mee gehaakt heb en ik het een fijn materiaal vind. Ik kocht bij Dol-op-Wol in Deventer alle dertien bollen die er nog lagen van een mooi auberginepaars haakkatoen van Lana Grossa. Ik koos voor tunisch haken omdat ik dacht dat dat wat zuiniger zou zijn qua garen. Ik wilde in eerste instantie een heel eenvoudig vest maken met een recht lijfje en rechte mouwen. Alleen tijdens het haken merkte ik dat het toch niet helemaal werd zoals ik wilde. Dus ik begon van voren af aan. Ik startte aan de bovenkant in plaats van de onderkant zodat ik beter kon passen tijdens het haken. Ik maakte er een eenvoudige raglan van en ik ben inmiddels al aan de tweede mouw begonnen. Hoewel het zeker nog niet perfect is, denk ik dat het een heel mooi startpunt is om met dit patroon nog meer vesten te maken. Ik hoop binnenkort het gratis patroon online te plaatsen!

Wat heb jij ‘op de naald’? Laat het weten in de reacties!

Recept: Mega-vegaburger

Tja, en toen stonden er ineens twee rijmende recepten op mijn blog. Maar eerlijk gezegd was deze burger er al lang voordat ik mijn granola-experiment uitvoerde. De burger was uiteindelijk zelfs de katalysator om toch écht iets met die blog, die al zo lang in mijn hoofd zat, te gaan doen. Ik had hem een week eerder klaargemaakt en extra leuk opgediend, met een prikkertje en een servetje erbij. Hij zag er heel mooi uit, maar helaas had ik geen goede foto. Dus ik nam me voor om de volgende keer meer foto’s te maken tijdens het koken en het recept eens goed op te schrijven. Dus, daar gaat ‘ie!

Voor twee burgers
Ingrediënten:
– 1 klein uitje (het liefst een rode, maar een ‘gewone’ gele mag ook)
– 1 teentje knoflook
– Zonnebloemolie
– 1/2 bosje bladpeterselie
– 20 gram kalamataolijven
– 20 gram semi-zongedroogde tomaat
– 40 gram kleine augurkjes of cornichons
– 2 Italiaanse bollen (broodjes)
– 2 Beyond Meat burgers
– Een snufje gerooktepaprikapoeder
– Een snufje gedroogde oregano
– 150 gram scamorza (een gerookte Italiaanse kaas)
– Truffelmayonaise (ik vind deze van remia heel lekker)
Extra nodig: 2 lange prikkers

Bereidingswijze:
Snijd het uitje in dunne halve ringen en snipper de knoflook. Bak de ui en knoflook glazig in een klein beetje zonnebloemolie en haal ze uit de pan.
Hak de bladpeterselie grof en snijd de olijven en gedroogde tomaatjes in stukjes. Snijd ook de augurk in plakjes, maar houd twee mooie apart als garnering. Snijd de broodjes doormidden.


Verwarm de oven voor op de laagste grillstand (bij mij is dat zo’n 240 °C).
Bestrooi de burgers met een snufje gerooktepaprikapoeder en een beetje oregano. Bak de burgers op vrij hoog vuur tot beide kanten goudbruin zijn (of volg de aanwijzingen op de verpakking van je burger, als je een andere burger gebruikt). De burger mag echt nog behoorlijk rosé in het midden zijn aangezien hij ook nog even in de oven gaat.

Bouw nu je burger op om in de oven te doen. Beleg de onderste helften van de broodjes met de ui en knoflook en leg daar de burger op. Snijd vier dikke plakken van de scamorza en leg die op de burger. Bak de burger nu ongeveer 7 minuten onder de grill, of tot de kaas zacht en gesmolten is. Houd dit goed in de gaten, want het kan hard gaan. Je kunt ook de bovenste helften van de broodjes kort meeverwarmen, maar hier geldt nog meer dat je goed moet blijven opletten of die niet te donker worden.

Nu kun je de burger afmaken. Beleg je burger met de olijven, tomaatjes, peterselie en augurkjes (een beetje aandrukken kan geen kwaad, want de burger wordt torenhoog). Besmeer de bovenste helften van de broodjes met truffelmayo en leg die bovenop de burger. Maak af met een prikkertje met een augurkje eraan en serveer met (oven)frietjes (en als je toch nog een soort van gezond wil doen een lekkere salade).

Suggesties voor aanpassingen:
Je kunt natuurlijk altijd de ui rauw laten; gebruik dan wel een rode ui en snijd echt dunne plakjes. Wij houden niet zo van rauwkost op de burger, maar als je dat wel lekker vind kun je de zongedroogde tomaatjes heel goed vervangen door plakjes cherrytomaat. Gepofte tomaatjes uit de oven zijn ook heel lekker. Mijn vriend maakt de burger nóg bonter door ook nog wat pikante ketchup op de onderste helft van het broodje te doen, voordat de ui en de burger erop gaan. Je kunt natuurlijk een andere (vegetarische) burger gebruiken die je zelf het lekkerst vindt, als je niet van de vleessmaak van Beyond Meat burgers houdt. En ook de kaas kun je vervangen als je de rooksmaak niet lekker vindt. Taleggio is een goed alternatief, of als je liever een mildere kaas hebt, een (goeie!) mozzarella. Niet zo’n grote eter? Je kunt ook een open burger maken met een half broodje (dat doe ik altijd voor mezelf).

Eet smakelijk!

Recept: coco-chocogranola

Soms ben ik best eigenwijs in de keuken. Ik hou van kookboeken en haal daar veel inspiratie en recepten uit, maar soms ga ik tóch liever mijn eigen weg. Dit granolarecept is daar een gevolg van.

Ik eet ’s ochtends bijna altijd yoghurt met krokante muesli, en dan eentje met lekker veel cacao. Maar omdat die krokante muesli nogal duur is, verzon ik mijn eigen variant. Ik combineerde op goed geluk (en natuurlijk op basis van wat keukenkennis) wat ingrediënten. Krokante muesli is makkelijk te maken: gewoon een kwestie van mengen en afbakken.

Ingrediënten:
– 300 gram grove havervlokken
– 20 gram amandelschaafsel
– 40 gram geraspte kokos
– 20 gram cacao
– 25 gram kristalsuiker
– 100 gram zonnebloemolie

Bereidingswijze:
Verwarm de oven voor op 140 °C. Doe alle droge ingrediënten in een kom, voeg de zonnebloemolie toe en roer dit goed door elkaar, totdat alle ingrediënten bedekt zijn met olie.
Spreid het mengsel uit op een met bakpapier beklede bakplaat (ik gebruikte zelf het rooster, dat ging ook prima) en bak het 45 minuten in de oven, of tot het krokant is (test voorzichtig een klein beetje). Roer de krokante muesli wel regelmatig even door (ik heb dit drie keer gedaan).
Laat de granola helemaal afkoelen en bewaar hem in een luchtdichte pot.

Suggesties voor aanpassingen:
Hoewel de granola erg smakelijk uit de oven kwam, is er nog wel een en ander aan te passen aan dit recept. Omdat ik heel gek ben op kokos, zou ik de volgende keer wat meer kokosrasp gebruiken. Je kunt er ook voor kiezen om in plaats van zonnebloemolie wat gesmolten kokosolie te gebruiken. Ik heb mijn granola bewust niet zo zoet gemaakt. Ik heb daarom maar een klein beetje kristalsuiker gebruikt. Omdat die niet oplost in olie blijft de suiker dat knisperende houden, wat ik zelf heel lekker vind. Je zou ook honing kunnen gebruiken. En over het algemeen geldt: hoe meer suiker je toevoegt, hoe knapperiger het wordt.

Veel bakplezier!

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag